Home

Over ons

Trainingen

Safe space

Lid worden

Contact

Baanetiquette

Tijdens een zwemtraining krijg je diverse oefeningen en afstanden te zwemmen.

Borstcrawl, schoolslag, vlinderslag en rugcrawl wisselen elkaar af en regelmatig heb je een paar seconden aan de kant om weer met iets nieuws te beginnen. Om ervoor te zorgen dat de trainingen goed en veilig (!) verlopen zijn er een aantal spelregels waar we ons aan houden.

Als vereniging zijn we gezamenlijk verantwoordelijk voor het opbouwen en afbreken van het zwembad

Wanneer iedereen een handje helpt zijn we in een paar minuten klaar.

Duik veilig

Bij het begin van de training spring of duik je in het water, maar zodra de eerste zwemmer in de baan terugkomt, mag er niet meer gedoken worden en let je op wanneer je in het water springt. Dat doe je nooit als er iemand in de buurt van de kant zwemt!

Volg altijd de aanwijzingen van de trainer op

Of dit nu gaat om veiligheid rondom het bad, of het zwemmen zelf. De trainer is verantwoordelijk voor de veiligheid in en bij het zwembad en moet erop kunnen vertrouwen dat zijn/ haar aanwijzingen opgevolgd worden.

Zorg dat je op tijd bent voor de aanvang van de training

De trainer maakt de baanindeling op basis van de aanwezige zwemmers en daar nog diverse wijzigingen in moeten aanbrengen is disruptief voor de zwemmers die op tijd zijn. Zorg dus dat je vijf minuten voor de start bij het bassin bent. Je zwemt altijd rechts in de baan, met uitzondering van oefeningen over de lengte van één baan volgens het principe 'laatste binnen eerste weg'.

Geef je aanwezigheid op in Spond

Via de app Spond kun je je aanmelden voor een training. Geef aan dat je erbij bent of niet, dan weten we hoeveel zwemmers we kunnen verwachten. Een uitnodiging voor de training volgt altijd een paar dagen van tevoren.

Houd voldoende afstand, zeker bij de keerpunten

Je keert op het midden van de baan en als er dan een zwemmer vlak achter je zit heb je last van elkaar en loop je het risico op een botsing.

Zorg voor een goede baanindeling op snelheid

Stem dat onderling af. Deze volgorde is lang niet altijd voor elke oefening hetzelfde, zeker als de onderlinge snelheid dicht bij elkaar ligt kan dit per soort oefening verschillen.

Hoe haal je je voorligger in?

Tik duidelijk en voelbaar een aantal keren tegen de enkels van je voorligger. Deze zwemmer weet dat hij of zij bij het keerpunt even moet wachten en jou voor moet laten. Jij haalt bij het keerpunt in.

Ben je klaar met een oefening of zit je in een rustpauze tussen twee oefeningen, laat dan altijd het midden van de baan vrij

De andere zwemmers in je baan zijn misschien nog bezig en hebben dit stuk muur nodig om te kunnen keren of aan te tikken. Wacht aan de zijkant, niet in het midden op de kopse kant.

Meld blessures vooraf zodat de trainer er rekening mee kan houden

Stem aanpassingen van het schema met de trainer af zodat je training blijft passen binnen de groep. Het is belangrijk dat je goed naar je lichaam luistert en stopt wanneer het niet meer gaat. Kom nooit zwemmen als je ziek bent.

Drink voldoende

Bij een training ben je intensief aan het sporten en verliest je lichaam veel vocht, drink (bij voorkeur water) minimaal een halve liter gedurende een training en twijfel niet om bij te vullen. Zorg goed voor jezelf, ook tijdens de training.

Train je voor een wedstrijd?

Geef dit dan aan bij de trainer en bespreek je slag en afstanden. Dan kan de trainer hier mogelijk rekening mee houden tijdens de training.

Zwem zoveel als je kunt, maar zwem niet ten koste van alles alle afstanden af

Moet je 10 x 50 meter zwemmen, maar is de snelste zwemmer in je baan al klaar als jij nog één keer (of twee keer) vijftig meter moet doen? Sla die laatste vijftig meter dan over. Je krijgt snel genoeg een nieuwe oefening van de trainer en de andere zwemmers hoeven niet allemaal op je te wachten.

Tot slot: zorg dat je plezier in het zwemmen hebt en houdt!